Hoe kan men MG behandelen?

Momenteel kan de geneeskunde de ziekte nog niet genezen. Men kan alleen proberen de symptomen te neutraliseren (1) ofwel de ziekte in bedwang te houden (2).

1.Een eerste mogelijkheid is het gebruik van geneesmiddelen, die de symptomen bestrijden.
Men tracht de prikkeloverdracht van de zenuw naar de spier te verbeteren door de afbraak van het Acetylcholine (ACh) te vertragen. Dit wordt bereikt door stoffen toe te dienen die de werking van het enzym cholinesterase remmen.
Die geneesmiddelen, zoals het veel gebruikte Mestinon, noemt men daarom Anticholinesterasen. Het langer aanwezig blijven van ACh ter hoogte van de spierwand doet zowel de spierkracht als het uithoudingsvermogen toenemen.
Na de inname van Mestinon langs de mond verschijnt een maximale piek in het bloed na ongeveer een uur. Nadien neemt het effect gestadig af. Daarom wordt de medicatie in het algemeen om de 3 uur genomen en dit meestal alleen tijdens de dag wanneer men fysisch actief is. Voor elke patiënt moet gezocht worden naar de beste dosis en de optimale spreiding ervan.
Door deze medicatie kunnen de symptomen drastisch verbeteren en soms vrijwel geheel verdwijnen maar de evolutie van de ziekte op zich wordt niet beïnvloed. Dit brengt mee dat de dosis regelmatig zal moeten aangepast worden, vermeerderd of verminderd, volgens het ziekteverloop.
Allerlei bijwerkingen zijn mogelijk zoals krampen, spiertrillingen (fasciculaties), speekselvloed en diarree. Overdosering veroorzaakt eveneens krachtsvermindering, dus dezelfde symptomen als MG en dient ten stelligste vermeden te worden. Indien er telkens een uur ongeveer na inname krachtsvermindering optreedt i.p.v. de te verwachten verbetering moet men aan overdosering denken.

2.Een tweede mogelijkheid is het aanwenden van middelen die inwerken op de oorzaak van de aandoening, namelijk de storing in het afweermechanisme (auto-immuniteit), waarbij het organisme antilichamen tegen eigen delen van het lichaam aanmaakt, in dit geval, de ACh-receptoren.
Tot deze middelen behoren:

  1. Het heelkundig verwijderen van de thymus of thymectomie
  2. Het toedienen van medicamenten die het afweersysteem onderdrukken. Deze noemt men immunosuppressieva.
  3. Het verwijderen van antilichamen uit het bloed bij middel van plasmaferese.
  4. Het toedienen van hoge doseringen gamma-globulines, waarvan de preciese werking op de immuniteit nog niet goed gekend is.

De wenselijkheid van een thymectomie moet voor elke patiënt afzonderlijk bekeken worden. Alleen bij het vaststellen van een gezwel van de thymus (thymoom) is de ingreep formeel aangewezen.Het gaat hier in de meerderheid der gevallen wel om een goedaardige tumor (een gezwel dat geen uitzaaiingen veroorzaakt) maar die geleidelijk gaat groeien en dan druk kan uitoefenen op de luchtwegen of op de bloedvaten in de borstkas. Dit gezwel kan door ervaren chirurgen met de Da Vinci robot worden verwijderd. Wanneer geen thymoom vastgesteld wordt is de ingreep optioneel, daar myasthenia gravis na verloop van tijd meestal ook spontaan verbetert. De ingreep kan gevolgd worden door een volledig verdwijnen van de klachten, maar de ziekte blijft het hele leven sluimerend aanwezig. Hiermee moet men gedurende gans het verdere leven rekening blijven houden. Zo zal men bij eventuele heelkundige ingrepen steeds speciale voorzorgen moeten blijven nemen bij de verdoving.

Indien hiervoor grondige redenen zijn kan men ook beslissen om immunosupressieva toe te dienen. Hierbij maakt men gebruik van corticoïden zoals prednisone of van andere middelen, die ook tegen orgaanafstoting bij transplantatie gebruikt worden. Al deze stoffen verminderen ook de weerstand tegen infecties en hebben ieder op zich hun specifieke nevenwerkingen, wat een zeer nauwgezette opvolging noodzakelijk maakt. Dit betekent, dat men naargelang de gebruikte medicaties eventueel regelmatig bloedcontroles moet uitvoeren, of dat men de nodige voorzorgen moet nemen om het risico op nevenwerkingen tot een minimum te beperken. Deze behandeling en zeker het starten ervan gebeurt meestal in het kader van een ziekenhuisopname. Dit is zeker het geval bij het gebruik van corticoïden, omdat deze stoffen tijdens de eerste week van de behandeling een verergering van de aandoening en soms zelfs problemen met de ademhaling kunnen veroorzaken.

Tot de behandeling met plasmaferese, die ook niet zonder risico’s is, beslist men eerder in uitzonderlijke gevallen zoals bij zware acute opstoten van de ziekte (myasthene crisis) met ademhalingsproblemen. Dan is in de eerste plaats kunstmatige beademing nodig maar wordt er ook gestart met plasmaferese. Het nadeel van deze behandeling is de korte werkingsduur (enkele dagen) zodanig dat deze aanpak alleen zinvol is wanneer ook gelijktijdig gestart wordt met het toedienen van immunosuppressieve geneesmiddelen.

Gamma-globulines worden onder de vorm van intraveneuse infusen (Baxters) toegediend tijdens een korte hospitalisatie. Ook hier is het effect in de tijd beperkt (van 4 tot 6 maanden) wat, tegelijk met de enorme kost van dergelijke medicatie, met zich meebrengt dat deze aanpak beperkt blijft tot gevallen die niet op andere medicaties reageren ofwel bij wie het gebruik van immunosuppressieve medicaties een bijzonder gevaar oplevert.

 

                                                                                       Lode Schrijvers